ngo-openboek.be

SITE SLOGAN

 
  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

ngo's steunen MOL maar laten kwetsbare groepen in MIL niet los

De Belgische ngo’s besteden beduidend meer aan bestrijding van armoede in de minst ontwikkelde landen. Ze laten echter ook de kwetsbare groepen in de midden inkomenslanden niet los, waar ze hen steunen in hun strijd tegen ongelijke groei.

This content requires JavaScript.

Uit de cijfers blijkt dat de Belgische ngo’s in 2010 in totaal 326 miljoen euro spendeerden aan landen in het Zuiden. Bij deze steun aan het Zuiden volgen de ngo’s een tweesporenbeleid. Van die totale uitgaven naar het Zuiden, wordt 66% besteed in MOL-landen (Minst Ontwikkelde Landen), dit zijn landen die wereldwijd gezien de grootste ontwikkelingsachterstand hebben. Dit wordt berekend op basis van 3 criteria: laag inkomen, zwakke menselijke voorzieningen en economische kwetsbaarheid (Bron: UN). Voorbeelden van MOL-landen zijn: Ethiopië, Haïti, Burundi, Nepal, Cambodja.

MEMISA: illustratie van een ngo die werkt in MOL-landen

Memisa werkt voor kwalitatieve basisgezondheidszorg op lange termijn. Haar doel is essentiële, kwalitatieve en aangepaste verzorging te verzekeren, vooral voor de meest kansarmen, zonder onderscheid van ras, religie of politieke overtuiging. Dit gebeurt door duurzame opbouw programma’s, kleinschalige initiatieven en noodhulp in Afrika, Azië en Latijns-Amerika.

Het gaat om een integrale benadering van de mens, d.w.z. om het algemeen welzijn van de mens in zijn omgeving en niet louter om de afwezigheid van ziekte.”

Memisa wilt die dienstverlening aan de bevolking op een actuele en toekomstgerichte wijze blijven verzekeren. Hoe? Door de geleidelijke overdracht van verantwoordelijkheden om de lokale autonomie te stimuleren. Daarvoor werkt Memisa samen met betrouwbare, lokale partners. Dit gebeurt in een open dialoog, op basis van gelijkwaardigheid en gedeelde verantwoordelijkheid.

De Belgische ngo’s besteden daarnaast ook 33% van alle uitgaven naar het Zuiden in MIL-landen (Midden Inkomenslanden), dit zijn landen die vallen in het bereik van de midden-inkomens gebaseerd op de wereld ontwikkelingsindicatoren. Die landen hebben een gemiddeld inkomen per capita tussen $1000 en $12000 euro per jaar (Bron: World bank). Voorbeelden hiervan zijn: Egypte, Zuid-Afrika, Brazilië, China, India. Zowel lage-inkomens landen als midden-inkomens landen worden beschouwd als ontwikkelingslanden.

WERELDSOLIDARITEIT: illustratie van een ngo die werkt in MIL-landen

Wereldsolidariteit is de derdewereldorganisatie van de Christelijke Arbeidersbeweging (ACW) . Zij ondersteunt lange termijnplannen van sociale bewegingen in het Zuiden. De partners zijn een 90-tal sociale bewegingen in 32 landen.

Overal ter wereld werken mensen keihard voor een beter leven voor zichzelf en hun gezin. Maar in het Zuiden worden die inspanningen heel wat minder beloond dan hier bij ons. Arbeiders in het Zuiden krijgen geen redelijk loon, moeten vaak in zeer slechte omstandigheden werken, kennen bittere armoede en hebben geen toegang tot gezondheidszorg of sociale zekerheid.

Aan dit onrecht wil Wereldsolidariteit structureel iets veranderen, met duurzame oplossingen. Hoe? Door de mensen in het Zuiden alle kansen te geven om zich te organiseren, zodat ze voor hun rechten kunnen opkomen. In een vakbond. Een vrouwenorganisatie. Een jongeren- en ouderenbeweging. Een mutualiteit. Een coöperatieve.

Dat de Belgische ngo’s ook blijven investeren in die groeiende ontwikkelingslanden of MIL-landen is geen toeval. Deze landen hebben immers een zeer hoge proportie aan armen. Zo berekende Wereldbank dat één derde van de inwoners in MIL-landen een inkomen hebben van minder dan $2 per dag (bron: Worldbank), zij vertegenwoordigen daarmee ¾ van de armsten ter wereld (bron: Andi Sumner & Ravi Kanbur). De armoede in deze groeilanden is een gevolg van onder andere een zeer grote inkomensongelijkheid.

Hoe was deze verhouding vijf jaar terug ?

In 2005 werd van de totale uitgaven naar het Zuiden slechts 52% aan MOL-landen besteed en 48% aan MIL-landen. In vergelijking met 2010 is dit een stevige verschuiving. Deze verschuiving is een afspiegeling van een verschillende aanpak van ngo’s in beide soorten landen. In de armste landen worden de belangrijkste oorzaken van armoede weggenomen. Dit vergt heel wat fysische investering (scholen, hospitalen, ..) maar ook investeringen in capaciteit van mensen en groepen. In de groeilanden wordt gewerkt rond herverderling van kapitaal in het land zelf. Hierbij worden sociale bewegingen gesteund die werken aan betere arbeidsvoorwaarden, maar ook aan betere verdeling van het inkomen door te eisen dat er meer rechtvaardige belastingssystemen komen en vormen van sociale bescherming.

Ook de komende jaren zullen de Belgische ngo’s dit tweesporenbeleid blijven volgen en naast hun grote inzet in de armste landen, blijven sleutelen aan meer gelijkheid binnen de groeilanden in het Zuiden.

Evolutie van de giften

De giften aan ngo’s die zich bezig houden met ontwikkelingssamenwerking, zijn in de periode 2005-2010 over het algemeen stabiel gebleven. Wel stellen we duidelijke pieken vast in 2005 en in 2010. 2005 was het jaar van de tsunami, in 2010 kregen we te kampen met de mega-aarbeving in Haïti en de enorme overstromingen in Pakistan. Dit geeft aan dat de steun van de Belgen aan het structurele werk van de ngo's ondanks de crisis goed stand houdt, en dat men zelfs bereid is om in tijden van grote rampen daar nog een extra inspanning bovenop te leveren.

Bronnen

Hebt u vragen: contacteer Bogdan Vanden Berghe, algemeen directeur 11.11.11 op 0494/591185 of Johan Cottenie, directeur ngo-federatie, 0497/418101.

deze site bevat de gegevens van erkende ngo's die in 2014 lid waren van ngo-federatie en/of Acodev
Laatste update: 2015